Nieuw Europees landschap - Deel I
Gepubliceerd op 30/09/2024Hoe ziet Europa eruit in de komende vijfjarige ambtstermijn 2024-2029?
Om de vijf jaar krijgt het Europese landschap een nieuw gezicht. De Europese verkiezingen leiden tot een nieuw Parlement. Tegelijkertijd stelt de Europese Raad, waarin de staatshoofden en regeringsleiders bijeenkomen, een nieuw programma op voor de volgende periode, in dit geval 2024-2029, en draagt hij bij het Parlement een kandidaat voor voor het voorzitterschap van de Europese Commissie en voor de functie van nieuwe vertegenwoordiger voor het gemeenschappelijk buitenlands beleid voor. Ook de Europese Commissie wordt grotendeels vernieuwd. Een nieuw college, evenals een nieuw werkprogramma dat aansluit bij dat van de Europese Raad, worden aan het Europees Parlement voorgelegd. De eerste stap voor deze nieuwe Commissie is uiteraard de verkiezing van een nieuwe voorzitter – in dit geval een vrouw – door de plenaire vergadering in de maand volgend op de Europese verkiezingen. Dit jaar heeft het Europees Parlement dus op 18 juli mevrouw Ursula von der Leyen gekozen, na met haar te hebben gedebatteerd op basis van haar politieke richtsnoeren voor de komende Europese Commissie 2024–2029, uiteengezet in een document getiteld «De keuze voor Europa». In de loop van de zomer heeft de herkozen voorzitter de lidstaten verzocht hun nationale kandidaten voor te dragen om deel uit te maken van het nieuwe team van commissarissen. De moeilijkheid van deze opgave leidde tot enige vertraging bij het indienen van de kandidaten en pas op 17 september kon mevrouw von der Leyen haar voorstel voor het nieuwe team en hun respectieve portefeuilles presenteren. Het is betreurenswaardig dat niet kon worden voldaan aan de wens van de voorzitter om te kunnen kiezen tussen een mannelijke en een vrouwelijke kandidaat, waardoor zij helaas geen Commissie kon presenteren die de gendergelijkheid respecteert. Er zullen dus minder vrouwen zijn dan in de vorige Commissie.
Als we eerst de uitslagen van de verkiezingen voor het Europees Parlement bekijken, vervolgens de omstandigheden rond de herverkiezing in juli van de voorzitter, mevrouw Metsola, samen met de verkiezing van de vicevoorzitters en de rest van het bestuur van het EP, gevolgd door de vorming van de nieuwe fracties, en de toewijzing van de voorzitterschappen van de parlementaire commissies, bepaalde nieuwe koerswijzigingen en meer relatieve meerderheden dan tijdens de vorige zittingsperiode, zullen we zien dat bepaalde beleidsterreinen, met name op het gebied van landbouw, milieu en uiteraard immigratie, zullen worden beïnvloed door deze nieuwe samenstelling van het Parlement.
Ten tweede zullen we de nieuwe Commissie analyseren, en met name haar nieuwe structuur met een aantal volledig nieuwe portefeuilles, waarmee de onmiddellijke uitdagingen en die van de komende vijf jaar moeten worden aangepakt, waarbij het van cruciaal belang is om de steun te verzekeren van een parlementaire meerderheid die nog steeds positief staat tegenover de Europese integratie. Alle kandidaat-commissarissen zullen worden onderworpen aan hoorzittingen door de parlementaire commissies die bevoegd zijn voor de beleidsterreinen die hun door de voorzitter zijn toevertrouwd, alvorens af te sluiten met een stemming over het gehele college.
De nieuwe Europese Raad, die vooral in het teken stond van de benoeming van zijn nieuwe voorzitter, Antonio Costa, de voormalige sociaaldemocratische premier van Portugal, zal eveneens onder de loep worden genomen, waarbij de verschuivingen in de krachtsverhoudingen en met name de toegenomen invloed van extreemrechts, die een weerspiegeling is van de nationale regeringssituaties, aan de orde zullen komen.
Het Europees Parlement:
Hoewel het Europees Parlement overwegend voorstander blijft van de Europese eenwording, werden de verkiezingen gekenmerkt door een sterke opmars van extreemrechtse partijen die overwegend eurosceptisch zijn en de voorkeur geven aan nationale soevereiniteit boven Europese soevereiniteit. Daarom zullen de pro-Europese fracties (EVP, S&D, de liberalen van Renew Europe en de Groenen) onderling de nodige compromissen moeten zoeken bij elke stemming, en zullen ze soms te maken krijgen met tegenwind die hun prioriteiten zou kunnen dwarsbomen, verzwakken, zelfs hun oorspronkelijke strekking zou kunnen aantasten of de uitvoering ervan simpelweg zou kunnen verhinderen.
De opkomst is zeer licht gestegen en ligt net boven de 50 % (51,5 %).
De Europese Volkspartij is de eerste winnaar van deze verkiezingen met ongeveer 26 % van de stemmen. 188 van de 718 afgevaardigden zijn afkomstig van nationale partijen die lid zijn van de EVP: de conservatieven van de CDU/CSU, waarvan mevrouw von der Leyen deel uitmaakt, staan op de eerste plaats, gevolgd door Polen (23) en Spanje (22).
De verwachte opmars van extreemrechts heeft ertoe geleid dat er in totaal 187 afgevaardigden van deze stroming in de plenaire zaal zijn gekomen, slechts één minder dan de EVP, verdeeld over de volgende fracties:
– De groep van de Europese conservatieven en hervormers (CRE) telt nu 78 afgevaardigden (tegenover 68 voorheen), waaronder de 24 van Fratelli d’Italia, de partij van mevrouw Meloni die in Italië aan de macht is. Zij worden gevolgd door de 20 Poolse afgevaardigden van de PiS van de heer Kaczinsky. De fractie van de hervormers en conservatieven (CRE) kan worden omschreven als gematigd eurosceptisch, terwijl de andere fracties aanzienlijk radicaler zijn.
-Een nieuwe groep »is opgeleid onder leiding van V. Orban: » De Patriotten voor Europa »die bestaat uit 84 parlementsleden, waaronder voormalige leden van de inmiddels ontbonden fractie Identité et démocratie (ID), gedomineerd door het Rassemblement National van mevrouw Le Pen (30), die haar voorzitter, de heer Bardella, aan het hoofd ervan heeft geplaatst. Deze fractie is nu de derdeth van het EP.
-De partij Alternativ für Deutschland (AfD) is er ook in geslaagd om met haar 14 eigen parlementsleden een nieuwe fractie te vormen met de naam «Europa van soevereine naties», met 25 leden, waarmee het de meest radicale extreemrechtse fractie in het nieuwe Europees Parlement wordt duidelijk tegen : -Europees, immigratie, het Groene Pact, steun aan Oekraïne, abortus, feminisme, LGBTQ, federalisme, kortom ultraconservatief en met een zeer vriendelijke houding ten opzichte van Rusland.
Een van de gemeenschappelijke kenmerken van extreemrechtse programma’s is het bevorderen van traditionele familiewaarden (tegen vrijwillige zwangerschapsafbreking, verzet tegen genderbeleid en het homohuwelijk) op het gebied van religie en cultuur: verwijzingen naar religieuze (voornamelijk christelijke) en culturele wortels (het bedenken of herschrijven van een nationaal verhaal). Daarnaast is er kritiek op de politieke en economische elites, die ervan worden beschuldigd het volk te verraden, wat leidt tot de roep om institutionele hervormingen om het volk dichter bij de macht te brengen (volksreferendum). Ze eisen ook een selectieve sociale bescherming die de eigen bevolking bevoordeelt of immigranten ronduit uitsluit. Ze willen allemaal, in verschillende mate: de bevoegdheden van de lidstaten versterken ten koste van de Europese instellingen; een restrictiever migratie- en asielbeleid voeren, waarbij de nadruk ligt op controle van de buitengrenzen maar ook binnen de Schengenzone; minder regelgeving; de klimaatdoelstellingen ter discussie stellen en de landbouwers ondersteunen door een herziening van het GLB.
Normaal gesproken is de CRE-fractie, net als mevrouw Meloni, die nogal pro-Atlantisch is, voorstander van steun aan Oekraïne tegen de Russische invasie. De anderen variëren van gematigde steun tot afwijzing van deze hulp.
Als we naar links kijken, zien we de S&D-fractie van de sociaaldemocraten stabiel met 19% parlementsleden (136 tegenover 140 eerder).
Het centrum:Renew Europe (77 parlementsleden, oftewel 11%) en de Groenen (53, oftewel 7%) zijn de grote verliezers van deze verkiezingen; zij hebben een aanzienlijke achteruitgang geboekt ten opzichte van de vorige zittingsperiode (respectievelijk: 102 en 71 parlementsleden)
. Het uiterste links GUE (46 parlementsleden, oftewel 5% tegenover 37 eerder) neemt toe en samen met de fractielozen (33) maken zij het plaatje compleet.
Toch zijn de De pro-Europese partijen hebben aanzienlijk meer parlementsleden (454) dan de extreemrechtse groeperingen (187).
Tot slot moet worden opgemerkt dat de aftredende voorzitter, mevrouw Metsola, zonder problemen in haar functie is herkozen. Van extreemrechts zijn slechts 3 CRE’s verkozen in het bestuursorgaan van het EP, het Bureau, waaronder 2 vicevoorzitters. Uit een onderzoek door een parlementaire commissie blijkt dat er weinig voorzitterschappen en vicevoorzitterschappen zijn toegekend aan extreemrechts, dat slechts door vier CRE’s wordt vertegenwoordigd. Er is dus een «cordon sanitaire» opgezet voor het Europa van soevereine naties en er zijn geen Patriotten te vinden.
De Europese Raad:
Tijdens zijn bijeenkomst van 27 juni heeft de Europese Raad Antonio Costa gekozen tot voorzitter van de Europese Raad (en van de eurozone) voor de periode van 1er december 2024 tot en met 31 mei 2027. Hij heeft tevens het besluit aangenomen waarin aan het Europees Parlement de kandidatuur van Ursula von der Leyen voor de functie van voorzitter van de Europese Commissie wordt voorgesteld. Wat de benoemingen betreft, was de Europese Raad van mening dat de Letse Kaja Kallas de geschikte kandidaat is voor de functie van hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, onder voorbehoud van de instemming van de verkozen voorzitter van de Commissie. Ten slotte heeft hij het strategisch programma van de Unie voor de periode 2024-2029 aangenomen.
De Raad, die bestaat uit staatshoofden en regeringsleiders, weerspiegelt uiteraard de politieke situatie in de lidstaten. Twee landen worden geleid door leiders van extreemrechts: Italië (G. Meloni – FdI) en Hongarije (V. Orbán – Fidesz).
Maar in veel andere regeringen zitten vertegenwoordigers van extreemrechtse partijen en vaak hangt het voortbestaan van die regeringen af van hun steun. In Slowakije is R. Fico een bondgenoot van de extreemrechtse Slowaakse Nationalistische Partij. In Zweden is de regering afhankelijk van de steun van de Zweedse Democraten, de op één na grootste partij in het parlement. In Finland is de centrumrechtse Petteri Orpo afhankelijk van de extreemrechtse Partij van de Finnen. In Nederland is Geert Wilders, wiens partij duiterst rechts de nationale parlementsverkiezingen als winnaar uit de bus kwam, er niet in geslaagd is tot premier te worden benoemd, maar Dick Schoof staat onder controle van een coalitie van partijen, waaronder die van G. Wilders en rechtse partijen, waaronder de VVD van Mark Rutte, die Nederland lange tijd in de Europese Raad heeft vertegenwoordigd. In Oostenrijk staat de FPÖ, onder leiding van Herbert Kickl, op het punt de macht over te nemen van de conservatieven, vertegenwoordigd door de huidige bondskanselier (Nehammer), nadat de partij 29% van de stemmen had behaald. Ter herinnering: deze partij werd in de jaren 1950 opgericht door voormalige SS’ers en andere nazi-groeperingen. Kickl heeft beloofd dat hij, mocht hij winnen, zou regeren als „Volkskanzler”, oftewel kanselier van het volk – een term die vroeger door Adolf Hitler werd gebruikt. De FPÖ is eurosceptisch, tegen immigratie en een voorstander van Rusland. Oostenrijk zou zich daarmee aansluiten bij het blok van eurosceptici en vrienden van Rusland, dat inmiddels verschillende landen in Midden- en Oost-Europa omvat en waar waarschijnlijk ook Tsjechië na de verkiezingen van volgend jaar bij zal komen.
Er zijn nog verschillende landen die momenteel worden vertegenwoordigd door regeringsleiders die zich pro-Europees noemen, maar voorstander zijn van een anti-migratiebeleid: Duitsland (Scholz), België (De Croo en daarna waarschijnlijk De Wever); Denemarken (Mette Christensen); Spanje (Pedro Sánchez – PSOE), Portugal (Luis Montenegro); Griekenland (Mitsotakis), Ierland (S. Harris), Luxemburg (Luc Frieden); Polen (D. Tusk) en Frankrijk (E. Macron, maar met een regering onder leiding van Barnier die onder streng toezicht staat van het Rassemblement National). De drie Baltische landen, die in de frontlinie staan tegenover een dreigend Rusland en Wit-Rusland, zijn vooral bezig met het opwerpen van barrières om zich te verdedigen, en hoewel ze Oekraïense vluchtelingen hebben opgevangen en geïntegreerd, zouden ze zich ook achter deze anti-immigratielijn scharen, net als Roemenië, Bulgarije, Slovenië en Kroatië.
Kortom, de Europese Raad slaat een rechtse koers in, en zelfs een extreemrechtse. En zoekt zondebokken… Voorlopig lijken immigranten, volgens hun kiezers, de oorzaak te zijn van al hun problemen: de begrotings- en koopkrachtcrisis, klimaatverandering, de nadelen van de globalisering met het verlies van traditionele waarden, de opkomst van kunstmatige intelligentie… Het zou volstaan om de nationale grenzen te sluiten, het Schengengebied af te schaffen, en als we dan gezellig onder elkaar zouden zijn, zouden alle problemen opgelost zijn!
De Europese Raad heeft geen wetgevende bevoegdheden, maar neemt zeer belangrijke besluiten en streeft naar unanimiteit.
De onderhandelingen vonden daarentegen plaats in een kleinere kring, waarbij bijvoorbeeld mevrouw Meloni werd uitgesloten.
Daarnaast is het voorzitterschap van de Raad van de Unie[1] (ook wel de ministerraad genoemd)) is roterend en verandert op de 1eerjuli van elk jaar. In de tweede helft van 2024 keerde ze terug naar Hongarije en V.Orbán aarzelde niet om hiervan meteen te profiteren om zichzelf in de schijnwerpers te zetten door zich uit te nodigen bij «de groten der aarde» onder het voorwendsel van een «vredesmissie» die niemand hem had toevertrouwd: Zelensky in Kiev, aan wie hij een staakt-het-vuren eiste; Poetin, uiteraard, maar ook Xi Jinping en zelfs Trump, in diens residentie in Mar-a-Lago. Sindsdien is Trump vol lof over Orban, die hij beschouwt als de beste Europese staatshoofd! Dankzij Trump kennen de Amerikanen de naam van V. Orban beter dan die van welke andere Europese leider dan ook!
Wat het strategisch programma 2024–2029 betreft, heeft de Europese Raad overeenstemming bereikt over de prioriteiten die hij het Europees Parlement, de Raad en de Commissie verzoekt tijdens de komende institutionele cyclus ten uitvoer te leggen. In het volgende meerjarig financieel kader van de Unie moet rekening worden gehouden met deze prioriteiten, zodat de begroting van de Europese Unie is afgestemd op de toekomst en er Europese antwoorden worden geboden op Europese uitdagingen. De Raad heeft toegezegd te zullen werken aan de invoering van nieuwe eigen middelen. Hieronder volgen in het kort de belangrijkste punten van deze prioriteiten:
- Een vrij en democratisch Europa: de Europese waarden binnen de Unie verdedigen en wereldwijd trouw blijven aan onze waarden
- Een sterk en veilig Europa: zorgen voor een samenhangend en invloedrijk buitenlands beleid; onze veiligheid en defensie versterken en onze burgers beschermen; ons voorbereiden op een uitgebreide en sterkere Unie; een alomvattende aanpak hanteren op het gebied van migratie en grensbeheer
- Een welvarend en concurrerend Europa: ons concurrentievermogen versterken; zorgen voor het welslagen van de dubbele transitie – naar een groene en digitale economie; een innovatievriendelijk en bedrijfsvriendelijk klimaat bevorderen; samen vooruitgang boeken.
Eric Paradis
Eervol bestuurslid van de AEPL
[1] De ministerraad
De Raad van de Unie (van ministers) Het Verdrag van Lissabon voert een systeem van dubbele meerderheid in; zo bepaalt artikel 16 VEU dat de gekwalificeerde meerderheid «wordt gedefinieerd als 55 % van de lidstaten, ofwel ten minste 16 lidstaten die 65 % van de bevolking van de Unie vertegenwoordigen (dat wil zeggen 292 miljoen op 449), met dien verstande dat een blokkeringsminderheid ten minste vier leden van de Raad moet omvatten; anders wordt de gekwalificeerde meerderheid geacht te zijn bereikt». Besluiten die niet op voorstel van de Commissie worden genomen
(GBVB) moeten 72% lidstaten (19) omvatten.























