Het anti-Europese geraaskal van Michel Onfray

Gepubliceerd op 11/04/2024

Al een tijdje roepen de toespraken van Michel ONFRAY bij mij een gevoel op dat deels uit verbazing en deels uit ergernis bestaat. Door overal aanwezig te willen zijn, lijkt onze filosoof niet meer te weten waar hij heen gaat, wat hem er echter niet van weerhoudt om daar koste wat kost naartoe te willen.

Hoewel het niet meer helemaal duidelijk is of de heer ONFRAY nog steeds atheïst is of dat hij de waarden van de Verlichting nog steeds verdedigt, komen er toch enkele krachtige ideeën naar voren in een betoog dat ik steeds verwarrender vind. Wat buiten kijf staat, is dat de heer ONFRAY een voorstander van soevereiniteit en tegenstander van het Verdrag van Maastricht is. Zijn obsessie met dit verdrag leidt hem tot intellectuele durf die soms verbazingwekkend is. Dit is het geval bij de verschijning van het laatste nummer van het kwartaalblad  ’VOLKSFRONT’[1] die hij aanstuurt en als wapen inzet tegen de Europese Unie, waarbij alleen al de kwalificatie ‘Maastrichtiaans’ – die hij er stelselmatig aan toevoegt – al als een onherroepelijk oordeel fungeert.

Dit nummer bevat ongeveer vijftien bijdragen, onder de algemene titel Europa ontrafeld: leven en dood van een imperium. Het is geen verrassing dat al deze artikelen afkomstig zijn van voorstanders van soevereiniteit, voor wie de Europese Unie de oorzaak is van alle ellende in Europa, maar vooral in Frankrijk.

Het is uiteraard de heer ONFRAY die in twee lange artikelen het voortouw neemt. Het hoofdartikel, met als titel De Totem is taboe, nieuwe bezetting, nieuw verzet, nieuwe samenwerking[2], gaat uit van een nogal verrassende invalshoek en beschrijft een niet erg rooskleurig traject.

Het gaat er natuurlijk om de volkomen verdorvenheid van het Europese project aan de kaak te stellen en te hopen dat er spoedig een einde aan komt. We moeten dus om te beginnen in herinnering brengen dat alle beschavingen beginnen met een moord die vruchtbare eigenschappen heeft. We zullen daarom Kaïn en Abel en Christus aanhalen om uiteindelijk bij Lodewijk XVI en zijn zoon uit te komen.

Dit historische overzicht, dat ik hier heb ingekort, leidt tot het Europa van Maastricht en maakt het mogelijk om dat Europa te beschuldigen van het beter (of slechter) hebben gepresteerd dan in het verleden. De grondleggers ervan zouden namelijk de tevreden erfgenamen zijn van alle totalitaire regimes van de twintigste eeuw.

Hoewel de EU dus op een berg lijken is gebouwd, heeft zij volgens de heer ONFRAY ook geprofiteerd van de culturele leegte die is ontstaan doordat tijdens de Eerste Wereldoorlog talrijke intellectuelen zijn omgekomen, die slecht door anderen zijn vervangen, gestoorde geesten door de oorlog, die ideeën zullen voortbrengen die de heer ONFRAY waarschijnlijk niet deelt. Surrealisme, dadaïsme en dodecafonisme worden allemaal met hetzelfde label bestempeld: nihilistisch. Van daaruit kan onze filosoof geleidelijk afglijden naar het fascisme en het nazisme, wat, als men de tekst nog eens goed leest, het uiteindelijke doel van de betoog is. Door een lange omweg via REBATET te maken, wil hij aantonen dat Europa maar één echte vader heeft, Walter HALLSTEIN, en dat de eerste voorzitter van de Europese Commissie een uitgesproken nazi was.

De beschuldiging, waarvan we de ernst inzien, komt vrijwel woord voor woord overeen met die in een artikel in Le Figaro[3], gedateerd 4 maart 2019, ondertekend door Eric RIOUFOL, waarin beweringen uit een boek van Philippe de VILLIERS worden overgenomen[4]. Het berust op ten minste één feitelijke onjuistheid, aangezien ONFRAY Wikipedia ervan beschuldigt deze waarheid te verdoezelen, terwijl de pagina over Hallstein heel duidelijk verwijst naar zijn activiteiten tijdens de oorlog.

Dit wordt nog eens onderstreept door de beschuldigingen tegen Jean MONNET en Robert SCHUMAN. De eerste wordt ervan beschuldigd een aanhanger van het Vichy-regime te zijn, omdat hij de school voor Pétain-gezinde kaderleden in Uriage zou hebben bezocht, maar ONFRAY zegt niet hoe MONNET het voor elkaar zou hebben gekregen om in die periode tegelijkertijd in Frankrijk, in Londen en vervolgens in Washington te zijn. De bron is hier opnieuw Philippe de Villiers en is wellicht niet zorgvuldig gecontroleerd. Hoe dan ook, als er al een verblijf in Uriage was, dan was het van korte duur en moet er ook aan worden herinnerd dat de school door de Vichy-regering werd gesloten omdat ze zich al snel tegen het regime en vervolgens in het verzet had aangesloten.  Wat SCHUMAN betreft: hoewel het klopt dat hij bij de Bevrijding werd veroordeeld wegens verraad aan het vaderland (wat het argument is om hem als een quasi-collaborateur af te schilderen), moet de waarheid echter vermelden dat dit kwam doordat Schuman op 16 juni 1940 door Pétain tot minister was benoemd zonder dat hij daarover was geraadpleegd, en dat hij was afgetreden zonder ooit zitting te hebben genomen!

Wat ook opvallend is, is de selectiviteit die Michel ONFRAY aan de dag legt bij de keuze van zijn doelwitten. Als we hem mogen geloven, zouden er dus slechts drie vaders van Europa zijn, die alle drie verdacht worden van schandalige sympathieën. Anderen, die allemaal gemeen hebben dat ze zich tegen het fascisme of het nazisme hebben verzet, ontbreken merkwaardig genoeg. Er wordt dus met geen woord gerept over de GASPERI, MANSHOLT, SPAAK of SPINELLI. Zij staan de betoog ongetwijfeld in de weg.

Maar dat doet er eigenlijk niet toe, want we zijn nog niet aan het einde van onze redenering. Dat de EU door voormalige collaborateurs is opgericht, is geen verrassing, aangezien die voormalige collaborateurs zich in feite in dienst hebben gesteld van nieuwe bezetters. Eens een collaborateur, altijd een collaborateur, zelfs als dat betekent dat je van meester moet veranderen.

En dus om de AMGOT aan de kaak te stellen ((Geallieerde Militaire Regering van de bezette gebieden) dat iedereen is vergeten. Blijkbaar gaat dit kortstondige Amerikaanse plan om de bevrijde landen onder curatele te plaatsen volgens de heer ONFRAY vandaag de dag nog steeds door, aangezien hij zonder aarzelen schrijft dat «De Gaulle verzette zich tegen dit plan, Mitterrand deed er alles aan om het te realiseren.». Het idee, dat in enkele Amerikaanse kringen was ontstaan en door ROOSEVELT werd gesteund, draaide om de vraag of er al dan niet legitieme regeringen waren voor de bevrijde landen en of deze in staat waren hun verwoeste gebieden te besturen. Maar hoewel het geval van Frankrijk inderdaad een probleem vormde, hoefde de AMGOT in andere landen nooit te worden opgezet, zoals in België, waar de regering enkele dagen na de bevrijding van Brussel uit Londen terugkeerde.  We zouden op zijn minst graag willen begrijpen hoe een project dat nooit is uitgevoerd, bijna veertig jaar later nog steeds invloed kan hebben, maar de kracht van fantasieën is dat ze geen serieuze bewijzen nodig hebben. En hoewel we weten dat de Amerikanen bang waren voor mogelijke communistische staatsgrepen, heeft onze auteur geen enkele kritiek op de Gaulle, die hen in 1944 in zijn regering opnam, terwijl ze toch grote bewonderaars waren van de grote Stalin, wiens liefde voor de vrijheid een welbekend kenmerk is.

De ‘Maastrichtianen’, zoals de heer ONFRAY ze noemt, zijn ook verantwoordelijk voor een andere misstap. Niet alleen onderwerpen ze de EU aan de Amerikaanse wil, maar ze misbruiken ook, ten behoeve van de Europese eenwording, de beroemde toespraak die Victor Hugo in 1849 hield[5] en waarin werd opgeroepen tot de oprichting van de Verenigde Staten van Europa. Als u dacht dat deze tekst het uitgangspunt was van een mooi humanistisch project dat gestalte zou krijgen in de verzoening na het einde van de Tweede Wereldoorlog, dan heeft u het mis. De heer ONFRAY zal u de ogen openen.

Hugo heeft, geheel in de geest van deze tijd, de ongelukkige opmerking gemaakt dat zijn project tot doel had ‘de beschaving naar de barbarij brengen’. Men zou kunnen stellen dat deze uitspraken, net als die van de meeste intellectuelen uit die tijd, paternalistisch zijn en dat het twijfelachtig is om anderen tegen hun wil gelukkig te willen maken. Maar het is een intellectuele sprong om daaruit te concluderen, zoals onze filosoof zonder aarzelen schrijft, dat «Dit Europa, dat door de aanhangers van het Verdrag van Maastricht zo wordt geprezen, is duidelijk een kolonialistisch, racistisch en eurocentrisch project.».

ONFRAY sluit hiermee de cirkel van zijn betoog. De EU is opgericht door nazi’s en collaborateurs en heeft zich laten inspireren door Victor HUGO, een racist, om een verfoeilijk project op te zetten. Het enige alternatief is soevereinisme: «Soevereinisme betekent verzet tegen deze nieuwe AMGOT. Wie dat verzet afwijst, werkt mee.’[6].

Je zou kunnen denken dat alles wat overdreven is, onbelangrijk is, en ONFRAY aan zijn waanzin overlaten. Je zou ook kunnen hopen dat hij het daarbij laat. Maar nee, de heer ONFRAY heeft nog andere doelwitten die hij in een tweede artikel met de titel ‘de nieuwe Europese mens’[7].

Het eerste slachtoffer van de woede van onze soevereinistische leider is verrassend. Het gaat om abbé Grégoire, een vooraanstaande figuur uit de Franse Revolutie, die erom bekend stond dat hij – in principe – streed voor een verbetering van de positie van de joden in Frankrijk. Ik zeg 'in principe' omdat ik, net als vele anderen, naïef geloofde dat abbé Grégoire een humanist was. Maar de heer ONFRAY heeft mij de ogen geopend. Grégoire is in feite een antisemiet, aangezien hij in een «Essay over de fysieke, morele en politieke wedergeboorte van de Joden’, daaruit blijkt duidelijk dat ze … ontaard zijn!

ONFRAY hekelt in talrijke geschriften het ‘wokisme’. Het is in dit geval opmerkelijk om te zien hoe hij in de valkuil van een typisch ‘woke’ redenering trapt. Wanneer hij kritiek levert op de tekst van de abt en schrijft «Hoe minder joods de joden zijn, hoe meer ze zich ontdoen van hun jodendom en hun joodse identiteit, hoe aanvaardbaarder, verdedigbaarder, legitiemer ze zullen zijn. Kortom, hoe minder joods de joden zijn, hoe meer ze republikeinse burgers zullen zijn […].», past het in de ‘woke’-logica van het toewijzen van identiteiten. De fout van abbé Grégoire zou dus zijn geweest dat hij de joden uit hun toestand wilde bevrijden en van hen burgers zoals alle anderen wilde maken – een grote misdaad, inderdaad.

In werkelijkheid geeft de heer ONFRAY niets om abbé Grégoire; deze historische verwijzing is slechts een voorwendsel. Robert BADINTER heeft het voorwoord geschreven voor het essay van de abt en BADINTER is een handlanger van MITERRAND, de aartsvijand van onze filosoof; dat rechtvaardigt wel degelijk de intellectuele kronkels.

Deze tweede tekst, die ik niet in detail zal analyseren, is veelzeggend voor de werkwijze van de heer ONFRAY. Een dikke laag eruditie, maar weinig gedetailleerde argumentatie. Een redenering die in sprongen verloopt, waardoor de lezer de draad kwijtraakt en die het mogelijk maakt om van Kaïn en Abel via het ellendige lot van Lodewijk XVII naar de AMGOT te gaan; van abbé Grégoire via Guy Deleuze en Françoise Dolto naar Elon Musk. Al deze omwegen leiden overigens altijd naar hetzelfde punt: Maastricht en de EU, de oorzaak van al ons leed. Naast deze zigzaggende methode is er ook die van de selectieve belichting van de betrokken persoonlijkheden. ONFRAY houdt zich niet bezig met nuances. Als hij abbé Grégoire beschuldigt van antisemitisme, zorgt hij ervoor dat hij niet vermeldt dat deze ook een pionier was in de strijd tegen de slavernij, net zoals hij ervoor zorgt dat hij de uitspraken van Hugo niet in de context van die tijd plaatst. Wat hij zegt over Monnet of Schuman is eenzijdig, bevooroordeeld en slecht gedocumenteerd. Hij zorgt er ook voor alles te verdoezelen wat zijn stellingen zou tegenspreken.

Niets in dit alles maakt het mogelijk om het politieke programma van de heer ONFRAY duidelijk te doorgronden. Zijn soevereinisme is louter retorisch, net als dat van de meeste auteurs in dit nummer. Iedereen heeft het recht voorstander te zijn van de Frexit, maar het minste wat de voorstanders ervan zouden kunnen doen, is bijvoorbeeld de praktische gevolgen van een uittreding uit de euro of het GLB toelichten. Het intellectuele en morele welzijn van de Fransen die eindelijk hun naam en vlag uit de klauwen van de vervloekte Maastrichtianen hebben gerukt, is één ding, maar hen informeren over de toestand waarin hun portemonnee zal verkeren, is ook een interessant onderwerp.

Drie maanden voor de Europese verkiezingen schaart de heer ONFRAY zich resoluut aan de kant van de vijanden van de EU; dat is zijn goed recht. Maar is het verstandig om de EU te verzwakken, terwijl ze al meer dan genoeg vijanden van buitenaf heeft? Op slechts een paar uur vliegen afstand bestaan er andere landen en andere politieke modellen. Hoezeer ik ook van mening ben dat het Europa van de 27 verre van het paradijs op aarde is, wat het Rusland van Poetin of het China van Xi mij te bieden hebben, spreekt mij veel minder aan. Ieder zijn smaak. Bijdragen aan de ontwikkeling van een interessant, maar onvolmaakt Europees model is een burgerlijke daad; complottheorieën aanwakkeren is een gevaarlijk spel voor de vrijheid.

Claude WACHTELEAR, voormalig voorzitter

[1] Europa ontrafeld: leven en dood van een imperium, Front populaire nr. 16, maart, april, mei 2024.

[2]  Ibid., blz. 2-9.

[3] RIOUFOL, Ivan, Europese Unie: een verleden dat stinkt <https://www.lefigaro.fr/blogs/rioufol/2019/03/la-peste-brune-racine-aux-raci.html>

[4] de Villiers, P., Ik trok aan het draadje van de leugen en alles kwam naar boven, Fayard, 2019. Het boek leidde tot controverse en een reactie van een groep historici die in Le Monde verscheen onder de titel:«Philippe de Villiers mag de geschiedenis van de EU niet verdraaien uit naam van een ideologie» Het nieuwste boek van de voormalige parlementslid, een overtuigd eurofobe, over de oorsprong van de Europese eenwording is «een web van schijnvertoningen dat kenmerkend is voor complottheorieën», zo stelt een collectief van Europese academici die gespecialiseerd zijn in hedendaagse geschiedenis, 17/12/2020

[5] Toespraak over de Verenigde Staten van Europa tijdens het internationale vredescongres van 1849 in Parijs,https://fr.wikisource.org/wiki/Discours_sur_les_%C3%89tats-Unis_d%E2%80%99Europe_au_congr%C3%A8s_international_de_la_paix_en_1849_%C3%A0_Paris

[6] Ibid., p. 9.

[7] Ibid., blz. 54-63.

Volgend nieuwsbericht:
Zeilen op school: een verbod is niet verboden

Gepubliceerd op 23/05/2024

nl_NLNederlands